Overijsselsche almanak voor oudheid en letteren, Volums 15-16

Portada
J. de Lange, 1849
 

QuŔ opinen els usuaris - Escriviu una ressenya

No hem trobat cap ressenya als llocs habituals.

Continguts

Altres edicions - Mostra-ho tot

Frases i termes mÚs freqŘents

Passatges populars

PÓgina 329 - Een klaerheit en een licht, dat niet verschilt van Godt. Ghy zult het eeuwigh Woort, bekleet met been en aren, Gezalft tot Heer, en hooft, en rechter, al de scharen Der Geesten, Engelen en menschen te gelyck, Zien rechten, uit zyn...
PÓgina 332 - Dien scepter in de vuist, dien eersleip van vertrouden, En zoo veel duizenden als onze zyde houden. Dat vallen streckt tot eer, en onverwelckbren lof. En liever d'eerste Vorst in eenigh lager hof, Dan in 't gezalight licht de tweede, of noch een minder.
PÓgina 332 - Zoo troost ick my de kans, en vrees nu leet noch hinder. Maer hier komt 's hemels tolck, en wackere Herout, Met Godts geheimnisboeck, zyn zorge toebetrout.
PÓgina 313 - t gezicht, met krabben, slaen, en bijten! 955 En houdt ghy Warner noch dit kluwen in de war? Zoo gaf men u te recht den naem van Warenar. Warner. Men vint 'er meer dan ick, die passen wat te hebben. Een ieder vlamt op winst. De spinne spint haer webben Om winst : om winning vlieght de bye naer beemt en bosch. 960 Om loutre winning zit de vliegh op koey en ros. Om winning zweetenze al, de kleinen, en de grooten. Om winst piekt d' ooievaer de kickers uit de slooten.
PÓgina 313 - Want geen krackeel zoo klein, men haelt 'er voordeel uit. Waer slagen vallen, valt gemeenelijck goe buit. Volckaert. Zoo woudtghe om eige baet den pais wel eeuwigh derven, Al zou 'er jaer op jaer een lantst of tien om sterven ? Warner. Men sterft maer eens. Wie sterft, die is zijn
PÓgina 334 - Nu zweer ik bij mijn kroon het al op een te zetten, Te heffen mijnen stoel in aller heemlen trans, Door alle kreitsen hene, en starrelichten glans. Der heemlen hemel zal mij een palnis verstrekken, De regenboog een troon; 't gestarrente bedekken Mijn zalen; d' aardkloot blijft mijn steun, en voetschabel.
PÓgina 332 - t licht, ick zal mijn Recht bewaren : Ick zwicht voor geen gewelt, noch aertsgeweldenaren. Laet zwichten al wat wil : ick wyck niet eenen voet.
PÓgina 301 - VONDEL verbaast nog menigeen' in onzen tijd, te meer nog, wanneer zijn Je vensbefch rijver ons berigt dat het huwelijk , waar╗ 'naar hij ftond, daarom toch geen voortgang had, en j, dat hy, aldus overgegaan, niet geveinsdelyk , „ maar in goeden ernst het Pausdom heeft aange...
PÓgina 333 - Ghy yvert krach tigh voor// De glori van Godts naem ; doch zonder t' overwegen // Dat Godt het punt, . . . ; en in den wisselenden dialoog ge´soleerd, in samentrekking, een inf.
PÓgina 330 - t is tyt dat Lucifer Nu duicke, voor de komst van deze dubble star, Die van beneden ryst, en zoeckt den wegh naer boven, Om met een' aertschen glans den hemel te verdooven.

Informaciˇ bibliogrÓfica